Handvest voor het instellen van een uitzondering voor de landbouw

Overwegende dat landbouw fundamenteel is om een vrije voedselvoorziening en het recht op voeding te garanderen;

Overwegende dat de huidige conjunctuur wordt gekenmerkt door te lage prijzen voor de producenten en door een vraagtekort dat verband houdt met politieke en geopolitieke factoren op internationaal niveau;

Overwegende dat de prijzen van producten in de landbouwsector aan sterke schommelingen onderhevig zijn en dat het specifieke economische model van deze sector niet slechts aan de wetten van de markt overgelaten kan worden;

Overwegende de belangrijke rol van landbouw op culturele identiteit, ruimtelijk beheer, milieubehoud en behoud van ecosystemen alsmede op behoud van het culinair erfgoed;

Overwegende het belang van voedselveiligheid voor het ten volle verwezenlijken van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden zoals deze zijn vastgesteld in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere universeel erkende instrumenten;

Overwegende dat landbouwproducten geen reguliere handelswaar zijn en dat deze beschermd dienen te worden op dezelfde wijze als culturele goederen, en dat aangepaste wettelijke bepalingen nodig zijn met gedeeltelijke afwijkende regelgeving betreffende de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het vrije verkeer van goederen;

Overwegende dat landbouw en voeding divers zijn omdat zij het resultaat zijn van hun geografische oorsprong, van klimaatomstandigheden en nauw verbonden zijn aan de cultuur, de identiteit en de geschiedenis van de samenleving;

Overwegende de noodzaak om adequate maatregelen te treffen om de pluriformiteit in de landbouw te beschermen en te bevorderen;

Overwegende dat het Rapport van de Verenigde Naties over “ het recht op toereikende voeding, factor van verandering” het recht op voeding beschouwd als “het recht van een ieder om, voor zichzelf en familie, op ieder moment toegang te hebben tot voldoende, geschikt en cultureel aanvaardbaar duurzaam geproduceerd en geconsumeerd voedsel op zodanige manier dat de toegang tot voedsel ook voor toekomstige generaties behouden blijft”;

Overwegende dat cultuur op internationaal niveau sterke bescherming geniet ondermeer door het aannemen in 2005 van de Conventie over de bescherming en promotie van de diversiteit van culturele expressies door UNESCO;

Overwegende dat in de conclusie van haar Rapport van 2008, Missie bij de Wereldhandelsorganisatie, de speciale rapporteur inzake het recht op voeding, vaststelt dat de mondiale governance mechanismen tot nu toe op een mislukking zijn uitgelopen met betrekking tot adequate coördinatie tussen verplichtingen in termen van mensenrechten en handel;

Overwegende eveneens dat dit rapport de Staten oproept om de effecten van de commerciële handelsovereenkomsten op het recht op voeding te evalueren en dat zij geen verplichtingen aangaan binnen de Wereldhandelsorganisatie die onverenigbaar zijn met aangegane verplichtingen inzake het recht op voeding;

Overwegende dat het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, gesloten in Rio in 1992 en het internationaal Verdrag inzake fytogenetische hulpbronnen voor de voeding en de landbouw, gesloten onder auspiciën van de FAO en in de zomer van 2014 in werking getreden, een bijzonder aspect van de diversiteit aan landbouwmethoden en producten in bescherming nemen, te weten de agrarische biodiversiteit;

Overwegende dat, volgens een rapport van de FAO, ongeveer drie kwart van de genetische diversiteit in de landbouw in de loop van de vorige eeuw verdwenen is door de opkomst een industrieel en commercieel landbouwmodel;

Overwegende het belang om de ontwikkeling van duurzame landbouwmethoden te stimuleren, die mens- en milieuvriendelijk zijn;

Verbinden de ondertekenaars van dit Handvest er zich toe om, ieder op zijn niveau, de volgende beginselen te bepleiten:

Artikel 1 – Bevestiging van het beginsel van de landbouw uitzondering

“ Landbouw uitzondering”: een geheel aan maatregelen genomen om voor de sector en landbouwproducten een uitzondering te maken in internationale verdragen en om beperkingen in te stellen ten aanzien van het internationaal handelsverkeer van landbouwproducten door het bevorderen van het recht van Staten om een eigen voedsel- en landbouwpolitiek te voeren dat in staat is de voedselzekerheid van haar bevolking te waarborgen, haar landbouwmodellen te behouden alsmede menselijke ontwikkeling te stimuleren.

Artikel 2 – Doelstellingen van de landbouw uitzondering

De landbouw uitzondering streeft drie doelstellingen na: voedselveiligheid, instandhouding van het agrarische leven en leefgemeenschappen en bescherming van natuur en biodiversiteit. Het toepassen van het beginsel van de landbouw uitzondering in internationale verdragen stelt de landbouwsector in staat om van de regels van vrije handelsverkeer af te wijken wanneer die deze doelstellingen bemoeilijken.

Artikel 3 – Landbouwproducten; een specifieke groep goederen

Landbouw is een van de fundamenten van onze maatschappij. De landbouw is geen gewone economische sector omdat landbouw aan de basis ligt van voedingsmiddelen die onmisbaar zijn voor mens en gezondheid en omdat landbouw een van de culturele pijlers van de menselijke samenleving vormt. In die zin moet de landbouw beschermd worden om de voedselveiligheid van huidige en toekomstige generaties te garanderen.

Artikel 4 – Landbouwdiversiteit

Landbouw en voedsel zijn divers in tijd en ruimte. De diversiteit aan landbouwpraktijken en voedingstradities geven hier vorm aan. Deze diversiteit moet beschermd worden opdat diverse landbouwvormen naast elkaar blijven voortbestaan en bijdragen aan zowel voedselveiligheid als aan waardering van het natuurlijk erfgoed en de menselijke kennis, resultaat van het werk van vele generaties.

Artikel 5 – Lokale productie ondersteunen

Traditionele landbouwmodellen, gericht op welzijn en duurzaamheid, worden in toenemende mate bedreigd door zeer productiegerichte en intensieve landbouwmodellen. Specifieke maatregelen dienen getroffen te worden om de lokale landbouw- en voedselproductie te ondersteunen. Deze productie dient gezond, milieuvriendelijk en onder goede arbeidsvoorwaarden tot stand te komen waarbij de landarbeiders een eerlijke vergoeding toegekend krijgen.

De landbouw uitzondering kan vervolgens leiden tot invoering van specifieke reguleringsmechanismen die regionale markten beschermen tegen prijsschommelingen op de internationale markten; of tot versoepelde criteria ten behoeve van lokale productie in openbare aanbestedingen. Vrije toegang tot zaden en tot duurzaam landbouwgrondbeheer (toegang tot landgrond inbegrepen) dienen te worden bevorderd.

Artikel 6 – Harmonisatie van de regelgeving

De landbouw uitzondering dient de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen, alsmede de omstandigheden te harmoniseren waaronder de primaire landbouwproductie plaatsvindt op het vlak van gezondheid, milieu en op sociaal vlak binnen een bepaalde markt, evenals het toepassen van soortgelijke controle voorwaarden.

Indien een dergelijke harmonisatie niet mogelijk is, dienen variabele invoerrechten toegepast te worden naar rato van het opgeleverde concurrentievoordeel.

Artikel 7 – Bevorderen van toegang tot landbouwgrond

Toegang tot landbouwgrond is van fundamenteel belang voor het behoud van agrarische activiteiten. Toepassing van de landbouw uitzondering moet het mogelijk maken om speculatie in landbouwgrond te bestrijden en toegang tot landbouwgrond voor het ontwikkelen van landbouw te bevorderen, in het bijzonder voor jongere generaties.

***

Opdat voedsel en landbouw kunnen profiteren van een kaderovereenkomst die te onderscheiden is van de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie en opdat ze kunnen profiteren van een betere bescherming op dezelfde manier als waarop culturele goederen en diensten onder auspiciën van de UNESCO worden beschermd, verzoeken de ondertekenaars van dit Handvest de lidstaten van de Europese Unie, de Europese Raad en de Europese Commissie om een Verdrag inzake de ontwikkeling en bescherming van landbouwproducten en praktijken, gebaseerd op het beginsel van “de landbouw uitzondering”, aan te nemen, en de acceptatie van dit Verdrag bij zoveel mogelijk lidstaten te bepleiten.